De kunstscène

 

Moderne kunst kopenIn Nederland betekent dit elke vorm van creatieve ruimte, hoe tijdelijk ook, of in het geval van veel traditionele Nederlandse kunstenaars, een lokale freelance ruimte.

De zogenaamde kunstscene groeit in België en Nederland. Als we in België met mensen praten, horen we voornamelijk over de festivalgroepen, het op één na laatste evenement dat wordt genoemd. In Nederland echter groeit niet alleen de kunstscene, maar ook de podia waar je je kunst kunt laten zien.

De nobelprix[1] is van Nederland naar België verschoven (met als volgende de nobelgards, in het komende jaar 2013). Gaandeweg zijn ook de nobelgreens[2], nobelhausen[3] en nobelinsatort[4] in het leven geroepen, die zich allemaal richten op beeldende kunst. Deze maken eigenlijk allemaal deel uit van hetzelfde evenement: de nobelprix in Drenthe (Rotterdam) met het drents kunstenfestival in de Nederlandse stad Duelling.

Zet het nobelmuseum[5], de stadtgalerie[6] en de kunsthanden[7] bij elkaar en je krijgt een tentoonstellingskunstenlobby of -galerie.

Het moment behoort tot de Nederlandse kunstscène onder het nobelcafe-initiatief. De naam is echter algemeen, en niet van toepassing op een specifieke locatie. Het geeft het evenement ook een focus op conceptueel stedelijke oplossingen en, in vergelijking met de rest van de projecten, zijn het, als je goed kijkt, vrij onopvallende kunstruimtes.

Maar wat is kunst eigenlijk?

De kunstscène is niet meer dan dat. Het klinkt soms heel erg voor bv. Dank approve the movement!” maar in werkelijkheid is het de verzameling van mensen en iedereen die geïnteresseerd is in genuanceerde dingen. Een saddtech kan “een ruimte bouwen voor blauwe gerechtigheid” en het is misschien niet zo inspirerend.

Matthias Turner[8] betoogt het verschil tussen kunst en cultuur: Het verschil tussen een antiekmuseum en een kunstinstelling is dat de eerste zich tevreden stelt met het maken van een kunstobject, terwijl een kunstinstelling, die bekend staat als een huis waar je de mooiste dingen kunt zeggen, een ruimte schept waarin in ieder geval individuen zich van harte kunnen uiten. De theorie is dat dit verschil ligt in wat de culturele functie van de instelling eigenlijk is – niet of je het gebouw kunt verlaten en gebruiken. Maar aangezien geen enkele kunstinstelling echt op slot zit, vertrekt niemand dat hij zijn doel bereikt heeft. In het beste geval gaat het om een zekere socialisatie, in het slechtste om een recht op toegang, waardoor een pan-culturele ontmoetingsplaats ontstaat.

Voor degenen die het niet weten, een “scene” of “lobby” is een soort aanwezigheid waar je vaak aan denkt bij het luisteren naar een bepaalde muziek. Carroll T. DuckingIn 1989 ontdekte dat er het hele jaar door een explosie is geweest van kleine kunst- en b-boy scenes en zet het eeuwenoude aristocratische concept van een scene om in de mogelijkheden van de elektronische poster. Is er dan overal om ons heen een kunstlobby?

CHRIS QUIMBER: In vele opzichten is de kunstscène een soort orale geschiedenis van techno. Dat is inderdaad al lang zo, en zo voelt het zowel in België als in Nederland, dat we nu leven in het huidige moment waarin het signaal in hun doosjes wordt geïnterpreteerd door mensen over de hele wereld. In feite wordt deze culturele virtualiteit gebruikt op het snijvlak van kunst en cultuur. Wat zijn de visies achter de convergentie van zoveel artistieke en underground stemmen in de recente elektronische muziek? DANISH MOTTO: Als we kijken naar de kunst en kunstgerelateerde activiteiten die techno belichten, dan hebben sommige daarvan een nogal artistieke, of avant-gardistische achtergrond. Andere missen een duidelijke, beeldvormende dimensie en zijn zwaar financieel. Zo eindigt het spectrum van culturele aanspraken nooit in het leven van EBM sub-culturen, downtempo – of meer ‘mainstream’ – AOR of electro en hard techno – artiesten. Recentelijk passen artiesten als Mathias Klose, Molinas, Complex ‘niet in die categorie. Het zijn populaire en toegankelijke artiesten, omdat ze niet afhankelijk zijn van het streven om een bepaald soort “model” van een boek te zijn. Hun beelden maken deel uit van het DNA van de scène zelf. Ik vroeg hen rechtstreeks, hoe zij hun kunst interpreteren door de nummers die zij spelen… John Heydon: Als je je hart helemaal naar de axoncracks in je hoofd slingert, dan zul je echt wel mensen vinden die kunst maken. Zelfs als je niet de tijd hebt om ze te vinden en het blijken wereldbeatmakers en lurkers te zijn, dan nog is het een leuke wandeling langs de armco. Aan het eind ervan herinner je je dat het tussen jou en hen ging.